Microsoft Security Updates Q2 2025: AI Integration en Enhanced Detection Capabilities

CLOUD DDoS PROTECTION ! MITIGATED DDoS Standard Enabled Always-on traffic monitoring

Microsoft verweeft in Q2 2025 kunstmatige intelligentie door de volledige securitystack. Security Copilot krijgt gespecialiseerde agents, Defender for Cloud omarmt multicloud realtime monitoring, Sentinel combineert AI-playbooks met klassieke detecties en Purview automatiseert classificatie en residentiecontrole. Intune trekt tegelijk de compliance-eisen aan zodat Zero Trust stevig blijft. Voor Nederlandse overheden onder BIO en NIS2 betekent dit dat schaars SOC-personeel wordt aangevuld met automatisering zonder governance te verliezen.

Belangrijkste Q2 Updates

Topthema's Q2: Security Copilot for Entra, Defender for Cloud met native AWS/GCP-integraties, Sentinel AI-playbooks en natuurlijke taalqueries, Purview-trainable classifiers, Intune-remote attestation en complianceverbeteringen plus uitfaseringen rond legacy-authenticatie en verouderde clients.

AI-agents gefaseerd inzetten

Activeer Security Copilot-agents eerst in monitor-only modus op één proces. Valideer de aanbevelingen, documenteer welke prompts betrouwbaar zijn en stel vervolgens pas automatische acties in. Zo voorkomt u dat AI verkeerde aannames operationaliseert en houdt u auditsporen compleet.

Security Copilot for Entra: identiteiten onder toezicht

Security Copilot for Entra introduceert een nieuwe manier van werken rond identiteitsbeveiliging voor Nederlandse overheden. Waar identity protection voorheen vooral draaide om losse meldingen en periodieke rapportages, ontstaat nu een permanente dialoog tussen de omgeving en een gespecialiseerde AI-assistent. De Entra agent analyseert aanmeldpatronen, wijzigingen in privileges en risicosignalen doorlopend, en presenteert bevindingen als begrijpelijke casussen in plaats van ruwe logregels. Een ongebruikelijke nachtelijke aanmelding op een beheerdersaccount wordt bijvoorbeeld niet alleen als waarschuwing gemeld, maar verrijkt met context zoals het gebruikelijke werkpatroon van de medewerker, het apparaat dat is gebruikt, de laatste wachtwoordwijziging en relevante Defender for Identity signalen. Hierdoor kan een SOC analist in enkele minuten een eerste risicobeoordeling maken zonder tientallen portalen te hoeven openen.

In onderzoekssituaties fungeert Security Copilot als een begeleidende collega die het onderzoek structureert. Op basis van een simpele vraag, zoals de vermoedelijke compromittering van een identity, stelt de agent een logisch stappenplan voor. Dat kan beginnen bij het controleren van recente risk events in Entra, doorlopen via sign in logs en gedetailleerde device informatie, en eindigen bij het uitvragen van aanvullende signalen uit Defender for Endpoint of Defender for Cloud Apps. Tijdens dit proces vat Copilot de belangrijkste observaties samen en helpt hij om conclusies en maatregelen expliciet vast te leggen. In plaats van losse aantekeningen in notitieblokken ontstaat er zo een consistent beslisdossier dat later als bewijs kan dienen richting auditors of de Autoriteit Persoonsgegevens.

De toegevoegde waarde wordt nog groter wanneer organisaties gestandaardiseerde responsprocessen met de agent combineren. Voor veel overheden zijn acties als tokenintrekking, geforceerde wachtwoordreset of herinschrijving voor sterke multifactorauthenticatie nog sterk afhankelijk van individuele beheerders. Door deze stappen te verankeren in runbooks en Copilot te vragen om per case het juiste scenario te selecteren, ontstaat een herhaalbare en toetsbare werkwijze. De assistent kan bijvoorbeeld voorstellen om bij een hoog risico direct alle actieve sessies te beëindigen, het account tijdelijk te blokkeren en het incident te registreren in het service management systeem, terwijl bij een lager risico volstaan kan worden met extra monitoring en een verplichte MFA heraanmelding.

Belangrijk is dat Security Copilot nooit gezien wordt als vervanging van menselijk oordeel. Nederlandse overheidsorganisaties doen er goed aan om expliciet vast te leggen dat analisten verantwoordelijk blijven voor beslissingen en dat AI aanbevelingen altijd worden gevalideerd voordat acties in productie worden uitgevoerd. Dit begint bij trainingen waarin de mogelijkheden en beperkingen van de agent worden uitgelegd, inclusief voorbeelden van situaties waarin aanvullende menselijke beoordeling nodig is. Door Copilot aanvankelijk vooral in een begeleidende of conceptuele rol te gebruiken, bijvoorbeeld voor het opstellen van concept rapportages of het voorbereiden van audits, kunnen organisaties ervaring opdoen zonder direct kritieke processen volledig te automatiseren.

Wanneer identiteitsbeveiliging op deze manier wordt benaderd, past Security Copilot naadloos in de principes van de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud. De combinatie van doorlopende monitoring, goed gedocumenteerde beslissingen en expliciete governance rondom AI gebruik zorgt ervoor dat organisaties aantoonbaar grip houden op identiteitsrisico's. Tegelijkertijd wordt de druk op schaarse SOC capaciteit verlicht, omdat routineanalyses en documentatie grotendeels door de assistent worden voorbereid. Dit maakt ruimte voor diepgaandere onderzoeken, strategische verbetertrajecten en nauwere samenwerking met privacy, juridische en lijnmanagement teams.

Defender for Cloud: multicloud posture in één console

Steeds meer Nederlandse overheidsorganisaties maken gebruik van meerdere cloudplatformen naast elkaar. Naast Azure worden bijvoorbeeld historische workloads in AWS gehost of draaien specifieke data analytics omgevingen in Google Cloud. Zonder samenhangende beveiligingsmonitoring leidt dit al snel tot blinde vlekken, verschillende normensets en complexe rapportages richting audit en toezichthouder. In Q2 2025 zet Defender for Cloud een grote stap door telemetrie uit AWS en GCP rechtstreeks te integreren in dezelfde console die al bekend is voor Azure resources. Virtuele machines, containers, databases en opslag uit de verschillende clouds verschijnen in één gezamenlijke inventaris, voorzien van een uniforme Secure Score en een eenduidige mapping naar kaders als de BIO en NIS2. Hierdoor wordt het voor CISO's en architecten veel eenvoudiger om aan bestuurders uit te leggen hoe de totale multicloud omgeving ervoor staat, in plaats van per platform afzonderlijke overzichten te moeten presenteren.

De kern van deze vernieuwing ligt in de normalisatie van signalen. Waar AWS en GCP elk hun eigen begrippen en risicocategorieën kennen, vertaalt Defender for Cloud deze naar een consistente set aanbevelingen en beleidsregels. Een te ruime IAM rol in AWS, een wereldwijde leestoegang op een S3 bucket en een onbeheerde virtuele machine in Azure worden in één overzicht gepresenteerd als onderdelen van hetzelfde aanvalspad. De Cloud Security Graph visualiseert hoe een aanvaller gebruik zou kunnen maken van zwakke configuraties over de verschillende platformen heen, bijvoorbeeld door via een slecht bewaakte workload in een ontwikkelomgeving toegang te krijgen tot gevoelige data in een productie tenant. Deze grafische weergave helpt technische en niet technische stakeholders om snel te begrijpen waar de echte risico punten liggen.

Voor Nederlandse overheden is het cruciaal om deze inzichten te koppelen aan heldere governance. Dat begint bij een uniform beleid voor tagging, encryptie en sleutelbeheer dat losstaat van het onderliggende platform. Door in architectuurnormen vast te leggen dat gevoelige data altijd moet worden versleuteld met klantbeheerde sleutels, dat netwerksegmentatie op vergelijkbaar niveau wordt ingericht en dat logging overal dezelfde minimale set gebeurtenissen vastlegt, kunnen security teams de aanbevelingen uit Defender for Cloud direct relateren aan eigen beleid. Hetzelfde geldt voor compliance eisen: door de waarborgen uit de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud, de BIO en NIS2 te vertalen naar concrete controles in alle clouds, ontstaat een toetsingskader dat niet afhankelijk is van leveranciersterminologie.

Een volwassen inzet van Defender for Cloud vraagt bovendien om nauwe samenwerking tussen de verschillende cloudteams. In plaats van dat Azure beheerders, AWS specialisten en data engineers elk hun eigen dashboard onderhouden, is het verstandig om een gezamenlijk overleg in te richten waarin bevindingen uit de multicloud Secure Score periodiek worden doorgenomen. Risico's worden daar beoordeeld op impact voor de dienstverlening, privacy en continuïteit, waarna concrete verbeteracties worden toegewezen met duidelijke deadlines en verantwoordelijken. De grafen uit Defender for Cloud zijn daarbij een krachtig hulpmiddel om prioriteiten te bepalen: issues die onderdeel zijn van een volledig aanvalspad krijgen eerder aandacht dan geïsoleerde configuratiewaarschuwingen.

Door deze aanpak consequent vast te leggen in verwerkingsregisters, architectuurdocumenten en auditdossiers kunnen organisaties overtuigend laten zien dat zij ook in een multicloud realiteit aantoonbaar in control zijn. Defender for Cloud fungeert dan niet alleen als technisch hulpmiddel, maar als de centrale bron waar beleid, risico's en maatregelen samenkomen. Dit sluit nauw aan op de ambitie van de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud om overheidsorganisaties in staat te stellen weloverwogen keuzes te maken in een steeds complexer digitaal landschap.

Microsoft Sentinel: AI-playbooks en natuurlijke taalqueries

Binnen veel SOC's kost het ontwikkelen van detecties, queries en automatiseringen in Sentinel nog altijd veel tijd en is de kwaliteit sterk afhankelijk van enkele specialisten die KQL en Logic Apps tot in detail beheersen. In Q2 2025 komt hier verandering in doordat generatieve AI rechtstreeks in Sentinel wordt geïntegreerd. Security Copilot kan op basis van een beschrijving in gewone taal voorstellen doen voor queries, waarschuwingen en playbooks. Een analist kan bijvoorbeeld aangeven dat gecompromitteerde apparaten automatisch moeten worden geïsoleerd en dat het CERT en de lijnmanager geïnformeerd moeten worden. Copilot genereert vervolgens de bijbehorende KQL queries, analytische regels en een concept playbook in Logic Apps. In plaats van het handmatig uitdenken van elke stap, verschuift de focus naar het beoordelen, aanscherpen en testen van de voorgestelde oplossing.

Deze functionaliteit maakt het eenvoudiger om hunts uit te voeren en hypotheses te testen, zeker voor minder ervaren analisten. Waar junior medewerkers vroeger weken nodig hadden om de juiste tabellen, join technieken en filteropties in KQL onder de knie te krijgen, kunnen zij nu beginnen met een vraag in gewone taal. De assistent licht toe welke logbronnen worden geraadpleegd, waarom bepaalde filters worden gebruikt en hoe resultaten moeten worden geïnterpreteerd. Dit heeft twee belangrijke effecten. Ten eerste wordt het kennisniveau in het team sneller verhoogd, omdat elke interactie in feite een mini training is. Ten tweede wordt de drempel om proactief op zoek te gaan naar afwijkend gedrag verlaagd, omdat de technische complexiteit van querybouw minder in de weg staat.

Tegelijkertijd brengt deze automatisering nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. AI gegenereerde playbooks mogen nooit ongecontroleerd in productie worden genomen. Nederlandse overheidsorganisaties doen er verstandig aan om hiervoor een strikt ontwikkel en acceptatieproces in te richten. Nieuwe playbooks worden eerst in een aparte ontwikkelwerkruimte gemaakt, waar zij uitsluitend in monitor modus draaien. Analisten vergelijken de resultaten met bestaande detecties en toetsen of de voorgestelde acties proportioneel en juridisch houdbaar zijn. Pas wanneer het team overtuigd is van de betrouwbaarheid, worden de workflows promotie klaar gemaakt voor de productieomgeving en voorzien van duidelijke documentatie, inclusief beschrijving van triggers, acties, afhankelijkheden en fallback scenario's.

Voor auditors en toezichthouders is vooral van belang dat beslissingen rond AI gebruik transparant zijn. Leg daarom vast welke prompts zijn gebruikt om queries of playbooks te genereren, welke reviewers akkoord hebben gegeven en wanneer wijzigingen zijn doorgevoerd. Dit kan eenvoudig door gebruik te maken van versiebeheer in een code repository en door per wijziging een korte rationale toe te voegen. In combinatie met bestaande logging en rapportage voorzieningen ontstaat zo een compleet auditspoor. Sentinel ontwikkelt zich hiermee van een puur technisch detectieplatform tot een omgeving waarin kennisopbouw, procesdiscipline en controleerbaarheid hand in hand gaan. Dat sluit direct aan op de uitgangspunten van de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud, waarin aantoonbare beheersing en lerend vermogen centraal staan.

Microsoft Purview: trainable classifiers en residentiecontrole

Goed ingerichte gegevensbescherming begint bij weten welke informatie waar staat en hoe gevoelig deze is. Voor Nederlandse overheden, die te maken hebben met Woo dossiers, strafrechtelijke gegevens, medische informatie en financiële rapportages, is handmatig labelen allang niet meer haalbaar. Microsoft Purview voegt in Q2 2025 daarom nieuwe trainable classifiers toe die specifiek zijn ontworpen voor deze categorieën. In plaats van eenvoudige trefwoordenlijsten kunnen organisaties nu voorbeelden aanbieden van documenten die typisch zijn voor een Woo verzoek, een strafdossier of een financieel rapport. Op basis van minimaal enkele tientallen zorgvuldig beoordeelde voorbeelden leert de classifier patronen herkennen in structuur, gebruikte termen en context. Zodra het model is getraind, scant Purview automatisch SharePoint sites, Loop werkruimten en Teams kanalen en voorziet relevante bestanden van het juiste label en de bijbehorende beschermingsmaatregelen.

Deze benadering heeft twee grote voordelen ten opzichte van traditionele inhoudsdetectie. Allereerst sluit zij beter aan bij de praktijk van overheidsdocumenten, waar juridische formuleringen en gestandaardiseerde sjablonen vaak belangrijker zijn dan losse trefwoorden. Een Woo besluitbrief of een standaard beschikking kan zo betrouwbaar worden herkend, ook als de exacte tekst per organisatie of periode verschilt. Daarnaast wordt het eenvoudiger om beleid uniform toe te passen. Zodra een classifier is gevalideerd, kan deze direct worden gekoppeld aan dataverliespreventiebeleid, retentieregels en toegangscontroles. Bestanden met strafrechtelijke persoonsgegevens krijgen dan bijvoorbeeld automatisch strengere delingsbeperkingen en kortere bewaartermijnen dan generieke beleidsnotities.

Naast classificatie legt Purview in Q2 2025 nog meer nadruk op inzicht in dataresidentie. Communication Compliance en Audit registreren nu standaard in welke regio gegevens zijn verwerkt en wanneer sprake was van cross geo routering. Dit is van grote waarde voor organisaties die discussies voeren over datasoevereiniteit, verwerkersovereenkomsten en de naleving van privacywetgeving. In plaats van abstracte architectuurplaatjes kan men concrete rapporten overleggen waarin per workload zichtbaar is in welke regio's gegevens zich in een bepaalde periode hebben bevonden. Dat versnelt niet alleen AVG rapportages, maar ondersteunt ook vraagstukken rond de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud en sectorale richtlijnen.

Om deze mogelijkheden verantwoord te benutten, is een zorgvuldige voorbereiding nodig. Het verzamelen van trainingsdata voor classifiers moet hand in hand gaan met een DPIA waarin wordt beschreven welke gegevens worden gebruikt, hoe lang trainingssets worden bewaard en wie toegang heeft. Bovendien is het raadzaam om een multidisciplinair team in te richten dat voorbeelden goedkeurt, resultaten evalueert en periodiek nagaat of het model nog aansluit bij de actuele praktijk. Wanneer wetgeving of interne processen veranderen, kan het nodig zijn om de classifier bij te sturen of opnieuw te trainen.

Door trainable classifiers en residentie inzichten te combineren ontstaat een krachtige basis voor aantoonbare gegevensbescherming. Privacy officers, CISO's en archivarissen kijken naar dezelfde rapportages en spreken dezelfde taal wanneer zij het hebben over Woo dossiers, gevoelige persoonsgegevens en datastromen over grenzen heen. Purview wordt zo niet alleen een technische catalogus, maar een strategisch instrument waarmee organisaties kunnen onderbouwen dat zij dataminimalisatie, passende beveiliging en transparantie serieus nemen.

Intune en Windows: remote attestation en strengere compliance

Identiteitsbeveiliging en netwerksegmentatie zijn slechts zo sterk als de apparaten die toegang krijgen tot kritieke data en processen. In Q2 2025 versterken Windows 11 en Intune deze basis met hardware ondersteunde remote attestation en uitgebreidere compliance signalen. In plaats van te vertrouwen op een eenvoudige check of een apparaat is ingeschreven in Intune, kan de organisatie nu cryptografisch laten bewijzen dat belangrijke beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk actief zijn. Via de TPM of Pluton chip toont het apparaat aan dat functies als Secure Boot, BitLocker, kernelbeveiliging en integriteitscontroles ingeschakeld zijn. Pas wanneer deze bewijzen zijn geleverd, wordt de compliance status als voldoende beschouwd voor toegang tot bepaalde workloads. Dit mechanisme sluit naadloos aan op de principes van Zero Trust en biedt een concreet antwoord op de vraag hoe je zeker weet dat een laptop of tablet niet stiekem is gemanipuleerd.

Deze attestatiegegevens worden geïntegreerd met Conditional Access, waardoor identiteitsbeleid veel verfijnder kan worden ingevuld. Waar veel organisaties nu nog werken met generieke regels zoals het blokkeren van niet beheerde apparaten, ontstaat nu de mogelijkheid om per applicatie exact te bepalen welke beveiligingsconfiguraties minimaal nodig zijn. Voor een generieke samenwerkingsomgeving kan bijvoorbeeld worden volstaan met een basisniveau van OS versie en antimalwarestatus, terwijl voor toegang tot dossiers met bijzondere persoonsgegevens wordt geëist dat de laatste firmware is geïnstalleerd, de schijf volledig is versleuteld en er geen lokale beheerrechten bestaan. Intune levert de signalen, Conditional Access vertaalt die naar toegangsbeslissingen en het verwerkingsregister beschrijft welke waarborgen daarmee feitelijk zijn ingericht.

Voor Nederlandse overheden betekent dit wel dat het beheerproces volwassener moet worden. Firmware en BIOS updates kunnen niet langer vrijblijvend worden overgelaten aan individuele gebruikers of leveranciers; zij worden onderdeel van een strak geregisseerde lifecycle. Beheerorganisaties zullen onderhoudsvensters moeten plannen, communicatie naar gebruikers moeten coördineren en duidelijk moeten vastleggen hoe wordt omgegaan met apparaten die lange tijd niet online komen. Tegelijkertijd ontstaat een nieuwe categorie auditbewijs. Attestatie rapporten en compliance evaluaties laten zien dat apparaten voldoen aan de intern vastgestelde normen en vormen daarmee een directe onderbouwing van maatregelen die in BIO, NIS2 en de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud worden geëist.

Een belangrijk aandachtspunt is de menselijke factor. Strengere eisen kunnen tot weerstand leiden als medewerkers alleen de beperkingen ervaren en niet begrijpen waarom bepaalde apparaten of scenario's worden geblokkeerd. Door remote attestation en nieuwe compliance eisen te koppelen aan heldere communicatie over dreigingen, bijvoorbeeld het risico op diefstal van onbeveiligde laptops of het misbruiken van lokale beheerrechten, groeit het begrip. Trainingen en e learning modules kunnen uitleggen hoe gebruikers zelf kunnen controleren of hun apparaat up to date is en welke stappen zij moeten nemen wanneer zij een melding krijgen dat hun device niet compliant is. In combinatie met een goed bereikbare servicedesk ontstaat zo een balans tussen hoge technische standaarden en werkbare processen.

Wanneer Intune, Windows en Conditional Access op deze manier samenwerken, verandert endpoint compliance van een statische checklist in een dynamisch sturingsinstrument. Beleid wordt niet langer alleen op papier geformuleerd, maar dagelijks getoetst aan de feitelijke staat van apparaten in het veld. Dit biedt bestuurders en auditors een veel realistischer beeld van de werkelijke beveiligingspositie en helpt organisaties om gerichter te investeren in vernieuwing van hardware, verbeterde configuraties en verdere automatisering van beheer.

Uitfaseringen en verplichte migraties

Naast nieuwe mogelijkheden brengen de kwartaalupdates ook altijd een serie aangekondigde uitfaseringen met zich mee. Juist deze wijzigingen bepalen in hoge mate het risicoprofiel van een organisatie, omdat uitstel of onvoldoende voorbereiding direct kan leiden tot verstoringen van kritieke processen of tot een terugval in beveiligingsniveau. In Q2 2025 bevestigt Microsoft dat verschillende verouderde authenticatiemechanismen, beheerinterfaces en API's in de komende maanden en jaren worden uitgeschakeld. Legacy authenticatie via Exchange ActiveSync basic wordt definitief geblokkeerd, de oude per user MFA interfaces verdwijnen en Azure AD Graph gaat richting end of life. Voor Nederlandse overheden die vaak nog afhankelijk zijn van historische koppelingen, maatwerkrapportages of oudere mobiele clients, betekent dit dat het tijd is om zonder uitstel een integraal migratieplan op te stellen.

Een belangrijk onderdeel van dat plan is het in kaart brengen van afhankelijkheden. Organisaties moeten precies weten welke applicaties, scripts en apparaten nog gebruikmaken van basic authenticatie, verouderde protocollen of oude API's. Dit vraagt om meer dan een eenmalige technische scan. Interviews met beheerders, leveranciers en proces eigenaren zijn nodig om duidelijk te krijgen welke rapportages nog draaien op oude Exchange PowerShell modules, welke mobiele toepassingen nog niet zijn overgezet naar moderne authenticatie en welke externe partners verbinding maken met verouderde endpoints. Door deze informatie te bundelen ontstaat een beeld van welke processen stilvallen als een uitfasering morgen al werkelijkheid zou zijn.

Daarna volgt de fase van ontwerpen en testen van alternatieven. Voor sommige scenario's ligt de oplossing voor de hand, zoals het vervangen van basic authenticatie door OAuth en moderne clients. In andere gevallen moet functionaliteit opnieuw worden ontworpen, bijvoorbeeld wanneer een maatwerkapplicatie uitsluitend met Azure AD Graph kan praten. Het is verstandig om testomgevingen in te richten waarin nieuwe clients, scriptversies en integraties uitgebreid worden beproefd voordat productie omgevingen worden aangepast. Hierbij hoort ook het testen van fallbackscenario's, zodat duidelijk is welke stappen worden gezet als tijdens de migratie toch verstoringen optreden. De uitkomsten van deze testen moeten worden vastgelegd in change documentatie en waar nodig worden besproken in een change advisory board.

Voor bestuurders en toezichthouders is vooral van belang dat keuzes rond migraties expliciet en herleidbaar zijn. Elke uitfasering zou moeten resulteren in een kort besluitdocument waarin staat welke risico's zijn geïdentificeerd, welke mitigerende maatregelen worden genomen, welke rest risico's tijdelijk worden geaccepteerd en binnen welke termijn deze worden afgebouwd. Deze documenten kunnen vervolgens worden opgenomen in auditdossiers en ENSIA of NIS2 rapportages. Wanneer een toezichthouder vraagt hoe de organisatie omgaat met het beëindigen van legacy authenticatie of oude API's, kan zo direct een onderbouwd en actueel dossier worden overlegd.

Wie deze uitfaseringen benadert als onderdeel van een bredere moderniseringsagenda, kan de noodzaak om te wijzigen bovendien gebruiken als katalysator voor verbeteringen. Oude koppelingen worden niet alleen technisch vervangen, maar ook inhoudelijk tegen het licht gehouden. Zijn alle gegevens die worden uitgewisseld nog wel noodzakelijk? Kunnen processen worden gestandaardiseerd of geautomatiseerd? Sluiten de nieuwe oplossingen beter aan op de architectuurprincipes uit de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud? Door dergelijke vragen systematisch te stellen, groeit elke migratie uit tot een gelegenheid om technische schuld af te bouwen en de organisatie weer een stap dichter bij een modern, veilig en beheerbaar platform te brengen.

Q2 laat zien dat AI en automation volwassen worden binnen Microsofts securityplatform. Door Security Copilot, Sentinel-playbooks, Purview-classifiers en Intune-attestation gefaseerd in te voeren, houden Nederlandse overheden hun SOC wendbaar en voldoen zij aantoonbaar aan BIO en NIS2. Richt een kwartaalritme in met releasenote-review, sandbox-tests, besluitvorming en documentatie, en plan uitfaseringen ruim op tijd. Zo blijft de organisatie adaptief én auditproof.

Download de Q2 2025 Security Update Guide inclusief implementatiechecklists
Bekijk artikelen →
Security Updates Microsoft 365 Azure Q2 2025 AI Security Product Updates