Windows 10 Beveiligingsbaseline
Het implementeren van een robuuste Windows 10 beveiligingsbaseline vormt de fundering voor een veilige desktopomgeving binnen Nederlandse overheidsorganisaties. Deze baseline omvat een uitgebreide reeks beveiligingsmaatregelen die gezamenlijk een gelaagde verdediging creëren tegen moderne cyberdreigingen. De CIS Windows 10 Benchmark biedt meer dan vierhonderd concrete aanbevelingen die zich uitstrekken over verschillende beveiligingsdomeinen, waaronder het uitschakelen van onnodige services, het verharden van beveiligingsopties, het beperken van gebruikersrechten en het beveiligen van netwerkprotocollen.
Microsoft Security Baselines leveren geteste Group Policy Object configuraties die direct toepasbaar zijn in enterprise omgevingen. Deze baselines zijn ontwikkeld door Microsoft's eigen security experts en worden regelmatig bijgewerkt op basis van nieuwe dreigingen en best practices. Door gebruik te maken van deze officiële baselines, kunnen organisaties ervoor zorgen dat hun Windows 10 configuratie voldoet aan de hoogste beveiligingsstandaarden zonder dat zij zelf alle instellingen hoeven te onderzoeken en valideren.
BitLocker configuratie vormt een cruciaal onderdeel van de baseline. Via Group Policy kan volledige schijfversleuteling worden afgedwongen met behulp van Trusted Platform Module (TPM) technologie in combinatie met een PIN-code, of uitsluitend met TPM-authenticatie. Deze versleuteling beschermt data-at-rest tegen ongeautoriseerde toegang, zelfs wanneer een apparaat wordt gestolen of verloren gaat. Voor Nederlandse overheidsorganisaties is dit van bijzonder belang gezien de gevoelige informatie die op desktop systemen wordt verwerkt en opgeslagen.
Windows Defender baseline configuratie activeert real-time bescherming, cloud-geleverde bedreigingsinformatie, blokkering van potentially unwanted applications (PUA) en tamper protection. Real-time bescherming scant bestanden en processen continu op kwaadaardige activiteit, terwijl cloud-geleverde bescherming gebruik maakt van Microsoft's wereldwijde threat intelligence netwerk om nieuwe dreigingen snel te identificeren en te blokkeren. Tamper protection voorkomt dat kwaadaardige software of gebruikers met beheerdersrechten de beveiligingsinstellingen van Windows Defender wijzigen of uitschakelen.
Attack Surface Reduction regels blokkeren specifieke aanvalsvectoren die vaak worden gebruikt door cybercriminelen. Deze regels voorkomen onder meer het creëren van child processen vanuit Office applicaties, de uitvoering van scripts, pogingen tot credential theft en de uitvoering van malware vanaf USB-apparaten. Door deze veelvoorkomende aanvalsmethoden proactief te blokkeren, wordt de kans op succesvolle compromittering aanzienlijk verkleind. Deze regels werken op basis van gedragsanalyse en kunnen worden afgestemd op de specifieke behoeften van de organisatie.
Windows Firewall configuratie biedt bescherming voor domain, private en public netwerkprofielen. Elke netwerkprofiel heeft zijn eigen firewallregels die kunnen worden aangepast aan het beveiligingsniveau dat vereist is voor dat specifieke netwerktype. Domain profielen zijn doorgaans het meest vertrouwd, gevolgd door private profielen voor thuis- of kantoornetwerken, en public profielen voor onbekende netwerken zoals openbare WiFi-hotspots.
Credential Guard vereist TPM 2.0 compatibele hardware en beschermt NTLM en Kerberos referenties via hypervisor isolatie. Deze technologie voorkomt dat kwaadaardige software toegang krijgt tot authenticatiegegevens die in het geheugen zijn opgeslagen, zelfs wanneer een aanvaller al code kan uitvoeren op het systeem. Door gebruik te maken van virtualisatie-gebaseerde beveiliging, worden referenties geïsoleerd in een beveiligde omgeving die niet toegankelijk is voor het reguliere besturingssysteem of kwaadaardige software.
De implementatie van deze baseline vereist een gestructureerde aanpak waarbij eerst de CIS Benchmark en Microsoft Baseline worden gedownload en aangepast aan de specifieke behoeften en compatibiliteitseisen van de organisatie. Vervolgens moet de configuratie worden getest in een labomgeving om te verifiëren dat alle kritieke applicaties en processen blijven functioneren. Na succesvolle testen kan de baseline worden uitgerold via Group Policy Objects of Microsoft Intune voor cloud-gebaseerde beheer. Regelmatige compliance scans moeten worden uitgevoerd om te verzekeren dat alle systemen de baseline configuratie blijven volgen.